Dat eenvoud kracht kan zijn, komt in de stillevens van Délaer (1966) op een wonderschone manier tot uiting. De verstilling die van zijn composities uitgaat is opmerkelijk. Al worden meestal niet meer dan drie tot vijf objecten afgebeeld, de daadkracht en toewijding waarmee deze zijn geschilderd geven hen dusdanig karakter dat zij de panelen van 90 bij 120 centimeter moeiteloos weten te vullen. De verstilde uitstraling wordt tevens versterkt door de bewuste keuze van de kunstenaar de ruimte waarin het stilleven opgesteld staat ongedefinieerd te laten. Niet alleen worden de muren waartegen de composities afsteken of de tafels waarop zij rusten in de verf onbenoemd gelaten; zelfs niet met een subtiele lijn wordt naar een draagvlak verwezen. Toch weet Délaer de indruk te voorkomen dat de vruchten en voorwerpen in het luchtledige zweven door middels hun weerspiegelingen een grondvlak suggereren. Door alle ruis zo ver mogelijk terug te dringen, weet deze kunstenaar uitdrukking te geven aan datgene waar het hem uiteindelijk om gaat: rust en kalmte.