De haven is het hoofdmotief in het werk van Sasja Hagens (1973). De ruigheid van de schepen en machines in de haven van Rotterdam zijn de afgelopen vijf jaar een enorme inspiratiebron gebleken, zoals zij afsteken tegen de luchten en het water. Schilderkunstige beslissingen aangaande de vorm zijn voor deze kunstenaar belangrijker dan het onderwerp zelf, en het is dan ook de vrijheid die deze thematiek haar biedt wat betreft materiaal- en kleurgebruik die haar zo aantrekt. Het nadenken over hoe iets te schilderen is haar grootste prioriteit. Het werk van Hagens wijkt op veel punten af van de schilderkunst in traditionele zin. Haar schilderijen zijn haast driedimensionale objecten die niet eenvoudig binnen een bestaande stijlvorm of genre te plaatsen zijn. Schilderen met penseel doet zij enkel nog sporadisch; vaker gebruikt zij professioneel stukadoorgereedschap om haar materiaal te hanteren en indien zij dat noodzakelijk acht, plakt zij styrofoam in een schilderij. De liters verf die zij soms voor één werk gebruikt mengt ze met een machinale garde, en waar nodig giet ze de materie over het doek. Hagens ziet het schilderij als een collage, waarbij de logica bepaald wordt door het geheel. Net zoals voor de gigantische objecten die in de haven te vinden zijn geldt dat vooral hun samenspel imposant is, gaat ook voor haar werk op dat elke schilderkunstige beslissing in dienst staat van het geheel