Ruud Krijnen (1949) laat zich inspireren door de grandeur van de Oudheid, de Italiaanse Renaissance en de vroege Barok. Hij voelt zich verbonden met de traditie. Evenals zijn voorgangers, de vele Hollandse schilders die vanaf de zestiende eeuw naar Italië trokken, reisde hij vele malen naar het zuiden. Motieven uit deze historische context vormen het hoofdthema van zijn werk. Poorten, villa's en fonteinen, timpanen, beelden en vazen worden gebruikt als metaforen voor schoonheid en vergankelijkheid.
De schilderijen hebben dikwijls het karakter van vervaagde fresco's op zandkleurig steen. Schetsmatig geeft Krijnen de vormen weer in een diffuus licht, alsof we door de lagen van de geschiedenis heen kijken. Zijn werken op papier zijn als bladen uit een reisschetsboek. Meer en minder uitgewerkte tekeningen van beelden en architectuur worden omringd door snel neergekrabbelde notities, cijfers en letters. Soms lijken mens en dier van het steen en brons los te komen. De marmeren sculpturen wordt leven ingeblazen en aanstormende paarden hebben zich bevrijd uit de bevroren pose van het ruiterstandbeeld. Hier is het alsof de kracht die door de eeuwen heen besloten lag in de stilstaande beelden, in een keer losbreekt in een wervelende energie.
Ruud Krijnen (1949) is inspired by the grandeur of bygone ages, the Italian renaissance and early baroque. He feels at one with these traditions. He has travelled South many times just as his predecessors, all those Dutch painters that travelled to Italy from the sixteenth century. Motives derived from this historical context form the key theme in his work. Archways, villas and fountains, tympanum, statues and vases become the metaphors for beauty and mortality.
The paintings frequently have the character of faded frescos on sandy coloured stone.
Krijnen renders the shapes in diffused lighting schematically, as if we are looking through layers of history. His works on paper are like the pages from a traveller's sketchbook. Drawings of statues and architecture, some worked out more than others, are encircled with swiftly scribbled down notes, numbers and letters.
It sometimes seems as if human and animal have broken loose of the bronze and stone. The marble sculptures have life breathed into them and onrushing horses have freed themselves from their frozen pose. It seems like the force that has been enclosed for centuries in these inert sculptures suddenly breaks free in an effervescent show of energy.